column De Meppeler Courant 19-04-2019

De erfgenaam

Fieke was doktersassistente bij een huisartsenpraktijk. Ze zorgde goed voor haar patiënten, zoals voor de 85-jarige meneer Vos. Hij was al jaren alleen. Zijn echtgenote was overleden en kinderen hadden ze niet.

Nu werd zijn gezondheid langzamerhand wat slechter, en Fieke coördineerde de zorg. Ze kwam ook wel eens bij hem thuis en hij vertelde haar zijn droevige levensverhaal. Fieke was erg gesteld geraakt op meneer Vos en hij kende, naar eigen zeggen, met Fieke als mantelzorger nog twee prachtige jaren.

Maar meneer Vos zag zijn einde naderen en verzocht om euthanasie. Dat verzoek werd afgewezen, maar in overleg werd zijn behandeling gestaakt. Fieke bleef hem trouw verzorgen, tot het einde. Na het overlijden van meneer Vos ontdekte de huisartsenpraktijk dat Fieke een geregistreerd partnerschap was aangegaan met meneer Vos, dat ze zijn enige erfgenaam was en in een door hem aangekochte woning woonde.

De huisartsen dienden na rijp beraad een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. Dat kan als daar een dringende reden voor is, bijvoorbeeld wanneer sprake is van verwijtbaar handelen. En volgens de kantonrechter was daarvan sprake. Fieke had de professionele grenzen niet in acht genomen. Dit ging verder dan haar taken en Fieke had haar werkgever niets verteld over de bijzondere band die zij met meneer Vos had opgebouwd. Ze voerde nog aan dat alles op uitdrukkelijk verzoek van meneer Vos was gedaan. Hij zag zijn erfenis anders naar de staat gaan. Het geregistreerd partnerschap was om fiscale redenen aangegaan, van een liefdesrelatie was nooit sprake geweest. Fieke was zelfs van haar eigen man gescheiden om meneer Vos op deze manier te kunnen helpen.

Het mocht allemaal niet baten: Fieke raakte haar baan kwijt. Zij vroeg de kantonrechter nog om haar wel 50.000 euro als vergoeding voor haar ontslag te geven, maar daar peinsde de kantonrechter niet over.

https://meppelercourant.nl/artikel/1010561/de-erfgenaam.html