Fatsoen

Column De Meppeler d.d. 14 juni 2019

Elles was verzekerd bij een grote zorgverzekeraar uit Groningen. Jaar in jaar uit voldeed zij braaf haar zorgverzekeringspremie, het eigen risico en eventuele eigen bijdragen. Tot die ene dag in september: Elles kreeg een factuur voor 329,14 euro aan medische kosten die onder het eigen risico vielen. Elles vergat te betalen. Stom, maar die dingen gebeuren.

De zorgverzekeraar accepteerde dit natuurlijk niet en zij schakelde een incassobureau in. Een echte: met gestrekt been, en die stuurde meteen een boze brief met 48,40 euro aan incassokosten als Elles niet binnen veertien dagen zou betalen. Maar Elles was nu eenmaal niet de meest trouwe en precieze postlezer, al helemaal niet wanneer zij post kreeg van een incassobureau. Elles betaalde prompt 329,00 euro aan de zorgverzekeraar, en dus 0,14 cent te weinig. Dat deed zij niet met opzet, het was gewoon een vergissing. Het incassobureau nam hiermee geen genoegen en stuurde een deurwaarder met een dagvaarding op Elles af. Dat kostte 104 euro.

Elles moest zich verder maar voor de rechter verantwoorden. Het griffierecht, de kosten van de rechtbank, bedroeg 81 euro. En na betaling daarvan ging de kantonrechter aan de slag. Zij vond een zitting wel gewenst, want hoe had het zo ver kunnen komen? Elles was zich nog steeds van geen kwaad bewust en kwam niet naar de zitting. Zij had toch al betaald? En ja, Elles had het merendeel van de rekening van de zorgverzekeraar betaald. Alleen die laatste 0,14 cent niet. En dat kwam haar op een eis van 0,14 + 48,40 euro incassokosten + 104 euro deurwaarderskosten + 81 euro griffierechten + 4,22 euro rente + 72 euro proceskosten te staan, in totaal 309,76 euro. Een heel bedrag!

De kantonrechter zat met de handen in het haar: natuurlijk moest Elles nog 0,14 cent betalen, maar was deze procedure niet te veel van het goede? De kantonrechter vond van wel: de vordering van 0,14 cent was niet fatsoenlijk. ‘Het voeren van een gerechtelijke procedure is niet bedoeld voor de inning van een objectief gezien zeer gering bedrag, mede gelet op de belasting van het gerechtelijk systeem’, aldus de kantonrechter. De verzekeraar kreeg alleen haar 0,14 cent toegewezen en de rente van 4,22 euro. Daar moest zij het maar mee doen.